Even terug naar 2001

Updates op dit artikel aan het einde

In 2001 schreef ik in mijn column in het Nederlandse Linux News over mijn idee dat de nederlandse overheid zou communiceren op basis van open standaarden. Nu is een mooi moment om terug in de tijd te gaan en te lezen wat ik toen schreef.

De originele tekst luidt als volgt:


“Column: Linux in het bedrijf

Het gaat goed met Linux in Nederland! Maar, gaat het wel zo goed met Open Source in Nederland? Okay, toegegeven, Linux draait soms in het hart van bepaalde historische multinationals, maar hoe gaat het er verder mee? Ook toegegeven, de Vereniging Open Source Nederland start in september een grote Open Source voorlichtingscampagne mede dankzij een bijdrage van het ministerie van Economische Zaken. Maar in Duitsland ligt bij het hele bedrijfsleven al zo’n 3 maanden een 56 pagina grote full-color brochure die voorlicht over de voor- en nadelen van Open Source software. Bijna hilarisch is daarin de kostenvergelijking tussen Linux en ‘een ander besturingssysteem’. Wacht, laat ik een hint geven. Dat andere besturingssysteem wordt inclusief 5 client access licenses verkocht. Begint er al een lampje te branden? Hoe leuk we toch in eigen land bezig zijn, er is nu wel sprake van een lichte achterstandssituatie. Per slot van rekening moet hier de eerste brochure nog gedrukt worden.

Maar kijk ook eens naar het onderwijs. Leren we onze kinderen om met een specifiek produkt om te gaan dat er, tegen de tijd dat ze afstuderen, weer heel anders uit zal zien? Of leren we ze algemene IT vaardigheden voor een wereld waarin de computer in toenemende mate een rol speelt? Probeer een onderwijzer maar eens te wijzen op het bestaan, dus nog niet eens op de mogelijkheden (!), van Open Source software. Als we bedenken dat een onderwijzer iemand is die er plezier in schept om vele jaren lang hetzelfde verhaal te vertellen kunnen we misschien stellen dat veranderingsbereidheid niet zijn sterkste karaktertrek zal zijn (dat geeft niks, elk soort werk kent een eigen karakter profiel dat daar het beste bij past). Als we daaraan toevoegen dat zo iemand dag in dag uit wordt geconfronteerd met jeugd die hem (of haar) links en rechts inhaalt met gameboys, mp3’s, en wat dies meer zij dan krijgen we al gauw het beeld van iemand die al lang blij is dat hij (of zij) een eenvoudig briefje kan maken in de eerste (en meestal niet de beste) tekstverwerker. Ondertussen verschijnt het Kennisnet in Nederland dat alle scholen toegang geeft tot internet en informatie. Hoe zorgen we nu voor een goede automatisering van al die scholen? Waarom alle scholen niet voorzien van open source systemen en dus ook de desktop? Goedkoop, veilig (ook belangrijk om de kwaadwillende scholier te ontmoedigen), en last but not least, ideaal om via een netwerk beheerd te worden. Stop wat IT pieken van een paar scholen bij elkaar, huur een goede IT-er in (die komen tegenwoordig bij bosjes met Linux kennis van de HBO’s af) en laat deze een regio beheren. Dan kunnen de lokale systeembeheerders zich vervolgens gaan bezighouden met waar zij goed in zijn. Welke functionaliteiten gaan we aanbieden of collectief (laten) ontwikkelen?

Of wat dacht u van ‘de wet op de open document standaard’?. Om niet langer afhankelijk te zijn van externe softwareleveranciers heeft de Nederlandse Overheid in het voorjaar van 2004 ‘de wet op de open document standaard’ aangenomen. Door de toenemende afhankelijkheid van de samenleving van digitale bestanden was een situatie met effectief een algemeen geldende, extern en buiten de invloedsferen van de overheid beheerde en innovatieremmende standaard niet langer verantwoord. De wet voorziet in de oprichting van een klein overheidsbureau dat, in samenwerking met andere lidstaten van de EU binnen korte tijd een open document standaard zal publiceren. In eerste instantie wordt daarbij gedacht aan een op XML gebaseerd bestandsformaat met daarbinnen containers die zowel toekomstige uitbreidbaarheid als ondersteuning van oudere versies mogelijk maakt. Vervolgens dienen alle overheidsorganen binnen 2 jaar na publicatie deze standaard te hebben overgenomen in al hun IT werkzaamheden en uitingen. Op deze wijze hoopt de Nederlandse Overheid dat de markt zijn werk zal doen en verschillende partijen zullen ontstaan die deze standaard in hun software produkten ondersteunen. Alle aangeboden produkten zullen kosteloos worden getoetst door eerder genoemd bureau op het correct ondersteunen van de standaard. Alleen goedgekeurde produkten komen in aanmerking voor aanschaf door de overheid. Mede hierdoor zal de digitale duurzaamheid (het vermogen om over 200 jaar nog oude bestanden te kunnen raadplegen) gewaarborgd zijn. Diverse partijen en produkten zoals OpenOffice, Abiword, Koffice en de Free Software Foundation hebben ondersteuning van de standaard reeds toegezegd. Verwacht wordt dat heersende marktpartijen uit vrees de Europese overheid als klant te verliezen ook overstag zullen gaan”.

Ach, soms droom ik wat en denk ik dat dit soort zaken haalbaar is. Who am I kidding?”

Update 1: In november 2002 diende Kamerlid Kees Vendrik van GroenLinks een motie in waarin het kabinet de opdracht meekreeg om voor eind 2006 open source software en open standaarden in de publieke sector in te voeren.. De motie-Vendrik werd unaniem aanvaard.

Update2 : Op 11 oktober 2016 zijn we een stapje verder gekomen toen een motie van Astrid Oosenbrug om dit in wet te verankeren werd aangenomen.

Zomaar wat observaties

Wat gebeurt er als een lerares in de VS een aantal Linux CD’s van een student in beslag neemt? ” Mr. Starks, I am sure you strongly believe in what you are doing but I cannot either support your efforts or allow them to happen in my classroom”. Lees hier het hele verhaal

Maar laten we ook het volgende stukje nederlandstalige proza over open standaarden niet vergeten. Wel jammer dat je er in de diverse op dit moment lopende aanbestedingstrajecten nog geen snars van terug ziet šŸ™‚

MySQL of PostgreSQL, What’s a girl to do?

Regelmatig komen we in de markt de vraag tegen welke database het beste is. Het is altijd moeilijk om daar een snel antwoord op te geven, maar in de volgende lezing wordt e.e.a. erg goed en duidelijk uitgelegd.

Ā https://fossbazaar.org/content/josh-berkus-two-great-open-source-databases-comparison-2008-06-26

Ā De mp3 met de lezing duurt 1,5 uur waarvan 1 uur voor de lezing en de rest voor vragen van luisteraars. Ik vond het een zeer interessant verhaal.

Bottom line: MySQL voor ontwikkeling en snelle implementaties. PostgreSQL voor de meer serieuzere workloads.

Doe er uw voordeel mee šŸ™‚

Het kabinet komt met baanbrekende Open Source plannen

Het Kabinet komt met een voorstel dat overheden verplicht om vanaf april 2008 open standaarden te gebruiken.

staatssecretaris Heemskerk: “Overheden moeten vanaf april 2008 gebruik maken van open standaarden. Dit moet de overheid toegankelijker maken, minder afhankelijk van ICT-leveranciers en het zorgt dat innovatie meer kans krijgt.”

Dit is een in onze ogen baanbrekende visie op het gebruik van Open Source software en open standaarden in Nederland.


Het artikel op de website van het ministerie van Economische Zaken vindt u hier. In het artikel wordt ook verwezen naar het daadwerkelijke actieplan. Dit plan vindt u hier.

Interview met Jeroen Baten

Het duurde even voor de mensen van www.Source21.nl er aan toe kwamen maar nu is dan toch het interview verschenen. Ben je een keer informeel op een Open Source congres (De FOSDEM in Belgie) wordt je toch nog herkend šŸ™‚


Het interview met Jeroen Baten vindt u hier.

i2rs en software-ontwikkeling

Wist u dat i2rs ook software ontwikkelt? En niet zo’n beetje ook. Veel van de projecten die we op onze website presenteren draaien rond de ontwikkeling van software.

Misschien vraagt u zich af waarom we daar nu een nieuwsartikel aan wijden? Simpel, om het gewoon nog een keer te zeggen. Wij schrijven software en, als we eerlijk zijn, nog verdraaid goede ook!

Hoe vaak zitten we niet bij een klant die een bestand met belangrijke gegevens over gezet wil hebben naar bijvoorbeeld een SQL database? Paar dagen met Perl aan de slag en klaar is kees!

Of het bedrijf wil een nieuwe tool met daarin hun eigen kennis van de markt, zodat andere medewerkers daar makkelijk gebruik van kunnen maken. Denk maar eens aan een productconfigurator: vaak zit de kennis hierover in de hoofden van een paar medewerkers. Wij vertalen dit naar een programma dat makkelijk door de verkoopafdeling is te gebruiken. Dit levert een keiharde winst op. Niet meer “zeg, weet iemand waar Karel is, ik wil zijn mening over deze offerte?” maar direct weten dat wat je aanbiedt ook klopt, wat het kost en wanneer het gemaakt kan worden.

Kortom, uitdagingen waar we bij i2rs alleen maar blij mee zijn. Meer weten? Klik op “Contact” in de menubalk en laat het ons weten!

OpenOffice rukt op in Belgie!

In Belgie neemt het gebruik van OpenOffice binnen overheidsorganisaties toe. Zozeer zelfs dat we rustig kunnen stellen dat zij dit beter doen dan Nederland. Ook delen zij hun ervaringen zodat anderen hier profijt van kunnen trekken.

In bijgaand artikel vindt u de tekst van een recent verschenen verslag van hun bevindingen. Doe moeite van het lezen meer dan waard.


“Beste gebruikers,

Ik wil jullie graag mijn professionele bevindingen met jullie delen in deze context. Ik werk als projectleider voor het Centrum voor Informatica voor het Brusselse Gewest. Dit is een pararegionale instelling die deels gefinancierd wordt door het Brussels Hoofdstedelijk Gewest en onder toezicht staat van de voogdijminister voor informatica. Vanuit die optiek zijn wij verantwoordelijk voor de informatica van tal van Brusselse overheidsinstellingen, gemeenten en OCMW’s, alsook voor de informaticauitrusting van de 8 MinisteriĆ«le Kabinetten (zo’n 400 gebruikers) en het installeren van PC’s in de scholen van het Gewest (WinXP+OOO). Bij de regeringsonderhandelingen voor de nieuwe legislatuur in 2004, werd in het regeerakkoord de keuze voor Open Source software en open standaarden ingeschreven. In de aanloop naar deze besprekingen hadden wij reeds een hele testfase doorlopen in ons eigen centrum, waar we begin februari 2004 Ooo v1 geĆÆnstalleerd hadden naast de bestaande MSO en we vanaf april Ooo zijn gaan gebruiken als standaard bureauticapakket. Let wel, MSO werd toen nog niet gedesinstalleerd. Op nieuwe machines die we in circulatie brengen, wordt OOO geĆÆnstalleerd en MSO mits uitdrukkelijk akkoord van de directie (afhankelijk van de noden, ontwikkelingen voor externe klanten, etc.). Uiteraard is ons intern publiek zeer verscheiden en is het moeilijk om algemene conclusies te trekken uit deze migratie. Feit is wel dat we alle interne templates snel gemigreerd hebben en ook de gelegenheid tot opleiding hebben aangeboden. Beide zaken lijken mij wel fundamenteel voor een kans op slagen. Na de feitelijke migratie hebben we met een aantal mensen uit onze dienst onze kennis van Ooo stelselmatig uitgebreid en waren we zo in staat op de meeste vragen van interne gebruikers te antwoorden. Het positief verslag dat we op basis van deze ervaringen hebben kunnen voorleggen aan onze beleidsmakers, heeft ervoor gezorgd dat Ooo ingeschreven werd als de nieuwe bureauticatoepassing voor de nieuwe legislatuur. Daarbij werden alle servers en het overgrote deel van client computers vervangen en werd er nog uitsluitend WinXP+OOO v1 geĆÆnstalleerd. Gezien het feit deze gebruikers niet speciaal met andere pakketten werken (back-office), was deze installatie zeker haalbaar.

In de lente van 2005 hebben we dan ook een reeks opleidingen voorzien, maar dit verliep allemaal niet zo vlotjes in het begin … De overstap naar Ooo was politiek geĆÆnspireerd en werd van de ene dag op de andere doorgevoerd, ten minste, dat is de perceptie van de eindgebruikers! Waar het in weze om gaat, is het omvergooien van gewoontes en dan zie je pas welke invloed Microsoft heeft kunnen hebben op de eindgebruikers gedurende al die jaren. Opeens zijn mensen vergeten dat ze ooit eens met WordPerfect of zo gewerkt hebben en ook met Word hebben moeten leren werken … Een aantal problemen werden echt wel kritisch in de loop van vorig jaar: een groot aantal gebruikers communiceert voortdurend met de administratie, die 100% MSO zijn, en de uitwisselingsproblemen waren legio (grafische elementen die versprongen, tabellen waarvan de cellen niet konden verdergaan op de volgende pagina, etc.). Het wachten op Ooo v2 werd moeilijker en moeilijker, maar oef, eens die versie beschikbaar was, hebben we een deftig plan voorgelegd met stappen voor een snelle migratie, een reeks opleidingen in de vorm van workshops vlak daarna, gevolgd door documenten ter ondersteuning die we publiceren op onze website en de ondersteuning die we zelf geven per telefoon of per mail. Zo is het plaatje compleet en dat zie ik vandaag bijzonder goed werken. Bij de migratie naar v2 heb ik er ook van geprofiteerd om een hele set basistemplates te verspreiden die opgemaakt werden om geen krimp te geven bij het uitwisselen tussen Ooo en MSO (op zijn zachtst gezegd een uitdaging …). In de opleidingen heb ik de mensen er bovendien met bijzondere nadruk op gewezen dat het belangrijk is de Wordgewoontes van zich af te zetten om nieuwe Ooogewoontes aan te leren. Dit was voor mijn part het moeilijkste gegeven … De mensen die hiervoor openstonden, zijn van felle tegenstander overtuigde medestander geworden. Want uiteindelijk, waar gaat het eigenlijk om, je moet toch je doel kunnen bereiken, niet, en of dat nu gebeurt met MSO of Ooo is in weze niet zo belangrijk, feit is wel dat het deftig moet werken. Een van de hekele punten was bijvoorbeed de mailing, die in v1, sorry, ondermaats was. Gelukkig is de nieuwe techniek in v2 des te overtuigender. Andere concepten als paginaopmaakprofielen zijn zo fantastisch, maar moeten deftig uitgelegd worden aan de eindgebruikers, want zij gaan uiteraard nog steeds op zoek naar “Bestand – Paginaopmaak” en de secties om Ć©Ć©n pagina liggend te maken in een gans document.

Om nog door te gaan op Ć©Ć©n van de punten die ik onthoud uit ondergaande mail, ik heb zelf steeds gepleit voor een korte overgangsperiode, want ik ben ervan overtuigd dat als je de twee pakketten naast mekaar laat staan en de mensen uitnodigt om er eens in te gaan kijken, zij tot dag x-1 met hun ouwe getrouwe MSO zullen blijven werken. Bovendien zijn een aantal technieken zodanig verschillend, dat het meer verwarring zaait dan iets anders. In ons geval ging het zelfs om 2 migraties op een jaar, waarbij ik de jongste migratie van v1 naar v2 zo kort mogelijk heb willen houden om interne problemen van uitwisseling ODT/SXW en andere te vermijden. Op een goede week tijd hebben we alle 400 machines gemigreerd en we zijn vrij kort daarna van start gegaan met onze workshops om de mensen niet al te lang in het ongewisse te laten. Feit is natuurlijk ook dat de look & feel van v2 nauwer aansluit bij vroegere MSO pakketten en dit wel beter verkoopt naar de eindgebruikers toe.

Onze gebruikers hebben ons wel eens verweten dat zij de proefkonijnen voor het Gewest zijn. Ik wil mij daar niet over uitspreken, want ik vind het politiek engagement om voor Open Source te gaan veel belangrijker dan de vraag wie er als eerste op overstapt. Feit is dat het werkt, ondanks de moeilijkheden. Maar nogmaals, WordPerfect-Word of Windows-Mac destijds??? Weet overigens ook dat wij als centrum voor elk lastencohier dat wordt gepubliceerd en dat met software te maken heeft, intussen bij wet verplicht zijn de optie “Open Source” in te schrijven. Voor onze eigen ontwikkelingen is dat niet zo’n probleem, maar voor bestaande back-office toepassingen is dat iets anders. Zo hebben wij zelf investeringen gedaan om bepaalde pakketten bruikbaar te maken met Ooo. Wellicht zal dat in de toekomst minder vaak nodig zijn dankzij de recente ISO certificatie van ODF. Dit alles samengevat denk ik dat we op een goed spoor zitten. Als er bovendien nog eens werk zou gemaakt kunnen worden van de Ooo-plug-in voor MSO, dan zou dat helemaal fantastisch zijn …

Samengevat, ik onderschrijf ten volle het stappenplan dat Joop hieronder toelichtte en benadruk de noodzaak aan een goede communicatie met de eindgebruiker: uitleggen waarom de optie overwogen wordt, hoe de migratie in zijn werk gaat, wat de voor- en nadelen zijn. Bovendien is een specifieke opleiding bijzonder belangrijk, zowel voor het aanleren van de technische vaardigheden als voor de marketing van het nieuwe pakket. Aanvullend is de nazorgfase ook erg belangrijk: bereikbaar zijn voor je eindgebruikers, de nodige opzoekingen doen, oplossingen voor problemen aanbieden en de zaak goed documenteren.

Momenteel ben ik nog volop bezig met het documenteren van de aangehaalde workshops, maar eens die fase afgerond is, heb ik het idee om al onze ervaringen te bundelen in een officiƫle publicatie. Binnenkort meer nieuws hierover. Kijk ook gerust eens op onderstaande links om te zien hoe wij de zaken hier aanpakken.

Met vriendelijke groeten,”

Filip Lannoye